Aquitanië, Midi-Pyreneeën
Juni 2006

 
 
 

Dinsdag 30 mei 2006 :


We vertrekken om 20.30 uur nadat we met een etentje nog eerst Serge zijn verjaardag gevierd hebben. We zijn tegen 2 uur in Abbeville en overnachten daar.


Woensdag 31 mei 2006 :

We vertrekken om 9 uur en 's middags eten we in Tours. Om 20.30 uur arriveren we in Le Teich, de bassin van Arcachon. Hier begint onze reis.
Le Teich is een leuk plaatsje om te overnachten, op een spiksplinternieuwe camperplaats, mooi aangelegd bij de jachthaven.

Donderdag 1 juni 2006 :

Rustige nacht. Na het ontbijt vertrekken we naar Cujan Mestras, de hoofdstad van de oestercultuur. Het is een lieflijke vissershaven met de typische pinasses. Dit zijn lange smalle bootjes met platte bodem en gemaakt uit vuurhout.


Overal in het haventje kan je voor een zacht prijsje oesters degusteren met een glaasje wijn. Er is een klein restaurant met de toepasselijke naam, LA MARINE.  We eten er 6 grote oesters en daarna sardines gegrild à la plancha, met pelpetat  met  een heerlijk romig sausje en boontjes. Als nagerecht een ijsje  en dit alles voor maar 10 €.  Het is een gezellig vissersrestaurant om te onthouden.

We rijden verder naar het haventje van Arcachon en vandaar naar de Dune de Pilar. De reus van Pyla is de hoogste duin van Europa. Het is een wandelende duin zonder begroeiïng, ze blijft steeds groeien door wind en zand. In 1855 was ze 35 m hoog en vandaag 114m hoog, 65 miljoen ton zand. We klimmen 150 treden tot boven op de duin en dan nog een stukje hoger naar de top, door het mulle zand. Maar het is de moeite waard. De natuur kan toch grillig en wonderbaarlijk zijn. Een duin die kilometers ver het panorama beheerst. De parking kost 4.60 € en voor een overnachting betaal je 9.20 €.

We rijden verder tot Biscarosse plage en vinden er een mooie camperplaats, helemaal tussen de pijnbomen.

Vrijdag 2 juni 2006 :

Serge verjaart vandaag. Eerst even bellen om happy birthday te zingen.
Het is mooi weer en we vertrekken richting Mimizan. In St. Julien en Born gaan we naar de markt en kopen er lekkere dikke kersen. We rijden verder tot Vieux Bocau waar we op een parking nabij de plage onze lunch eten. Nadien gaat het via Hossegor tot Cap Breton. Daar op een camperplaats vlak bij de Oceaan, tegen de duinen aan, besluiten we dit weekend te blijven.

Zaterdag 3 juni 2006 :

Het is er zeer druk. Vele surfers en jonge kerels met brommertjes komen er al zeer vroeg in de morgen bijeen om te zien of de zee en de wind goed is om te surfen. Zeer veel lawaai en een komen en gaan. Om 10.30 uur besluiten we om maar verder te rijden richting Pyreneeën.
We rijden via Biarritz en St. Jean de Luz tot op de Col de St. Ignace. Hier parkeren we ons op een kleine parking even voor de grote parking aan het tandradtreintje. Een franse vriendelijke collega met camper, vertelt ons dat hij er al 2 nachten staat en dat het er rustig is.
Nadat we gegeten hebben gaan we op pad. We nemen het treintje dat ons van de Col de St. Ignace 169 m tot op de top van La Rhune, 905m zal brengen. Een rit van 30 min. Met prachtige vergezichten. We hebben geluk, het is zeer open, zonnig weer. De terugtocht, de afdaling, doen we te voet. Het bord geeft 2.30 uur aan, maar we doen er 3.20 uur over, met de nodige drink-en eetstops. We komen, via het Forêt Tourbière en de Col des 3 Fontaines (543m) langs een Napoleontische weg vele pottoks tegen.
De pottok is een gedwee gedrongen paardenras dat in halfwilde kudden op de onbewoonde berghellingen leeft. Vroeger werden deze paarden in de mijnen gebruikt.  Het is een zeer lastige tocht met vele losliggende rotsstukken en stenen en vooral het laatste stuk, dat zeer steil daalt is erg glad. We zijn zeer vermoeid, maar toch blij dat we het gedaan hebben.

Zondag 4 juni 2006:

Het is zondag vandaag en we besluiten verder te rijden via de D4 en de D305 naar Ainhoa, HET typisch Baskische dorpje bij uitstek. Echt alles is er : de roodwitte huizen, een peloteveld  en een kerkhof vol schijfvormige grafzuilen. In die schijven staat een krulvormig motief. Dit is het Baskisch kruis. Er is een rommelmarkt op het marktplein. Na het eten rijden we tot Espelette. Het is een charmant levendig dorpje met typisch Baskische huizen, waarvan vele gevels behangen zijn met slingers donkerrode peper, die zo kunnen drogen.
Deze peper werd in de 17de eeuw via Amerika en Spanje in Baskenland binnengebracht. Hij werd de geliefkoosde specerij van de inwoners. In de oven gebrand en tot poeder gemalen, werd hij in chocolade verwerkt. Hij verving al snel de traditionele peper. Tegenwoordig wordt deze Spaanse peper voor alles en nog wat gebruikt, zelfs in een voetbad tegen griep en bronchitis.
Via de D20 en de D918 gaan we naar Saint-Jean-Pied-de-Port, een oude Pelgrimsstad. Er is veel volk en het is een gezellige oude stad. In de Middeleeuwen was dit stadje de laatste pleisterplaats voor Spanje, een belangrijke verzamelplaats voor de “Jacquets” (de bedevaartgangers) die vanuit alle hoeken van Europa hier samenkwamen op weg naar Santiago de Compostella. Vanop de Vieux Pont, de oude brug, heb je een mooi uitzicht op de oude huizen langs de waterkant en op de kerk die deel uitmaakt van de stadswallen.
Via de D933 de D 118 en de D18 klimmen we de steile weg naar het Woud van Iraty. Prachtige vergezichten, een mooie vallei en een prachtige open hemel met veel zon, zalig !
Aan de kruising van de D18, D19 en de D301 is er een grote open plaats waar reeds een aantal motorhomes staan en we besluiten er te overnachten. Schitterende omgeving aan een kabbelend bergriviertje. We zijn omgeven door bergkoeien en paarden.

Maandag 5 juni 2006:

Het is Pinkstermaandag en we worden gewekt door het geluid van koeiebellen héél dichtbij. Ze staan er allemaal, de koeien en de wilde paarden, tussen de campers, rustig grazend.
We vertrekken via Larrau naar de Passerelle de Holzarté. De  zeer lastige tocht gaat via een bewegwijzerd pad dat vlak voor het café en de Pont de Laugibar begint. Na een heel steile klim met vele losse stenen zie je de ingang van de kloven liggen, die bijna 200m diep in de kalksteen zijn uitgeslepen. Het pad loopt boven de Gorge d’Olhadubi, die vervolgens via de indrukwekkende loopbrug is over te steken. Het is zeer warm, maar het loont echter de moeite, mooie vergezichten, watervalletjes en de Passerelle zelf. Een hangbrug uit 1920 die 171 m. boven de rivier hangt.
Na de middag rijden we naar de Gorges de Kakouetta, dit is een canyon met een basis van 3 tot 10 meter en ruim 200m diep, met loopbruggen over de 2 km van het parcours. Tenslotte is er een 20m hoge waterval te zien op de plek waar de ondergrondse rivier weer aan de oppervlakte komt.
Daarna, het is al 17 uur, rijden we tot Aramitz, een lief dorpje met een pleintje en een kabbelend beekje met zelfs picknicktafels en banken. We zullen hier overnachten nadat we eerst nog enkele aankopen doen in de intermarché.

Dinsdag 6 juni 2006 :

We hebben problemen met de remmen, niet zo denderend als je in de bergen rijdt. De garagist in Aramitz zal ze vervangen en daarom blijven we tot ’s middags aan het beekje staan. Op een half uurtje was alles in orde en  we vertrokken via Oloron St. Marie naar Laruns, een stadje ingesloten door de bergen. In het centrum is er een grote camperplaats met service.
We winkelen en kopen kaartjes voor de thuisbasis. Morgen beginnen we aan de beklimming van de col d’Aubisque.

Woensdag 7 juni 2006:

Het is nog altijd mooi open weer. We rijden tot Luc St. Sauveur en beginnen aan de klim van de col d’Aubisque. Is lastig, maar wij vonden de klim naar het Woud van Iraty zeker even lastig. Boven op de col (1704m) is het druk. Een kudde wilde paarden staat er midden op de weg. Ze drukken zich tegen je aan om gestreeld te worden ( en dat noemt zich wild ! ). We genieten van de indrukwekkende vergezichten.
Na de middag (vanaf 13 uur open ) dalen we af om daarna de col de Soulor (1445m) op te gaan. Er zijn enkele camperplaatsen, maar geen voorzieningen. De schapen zoeken schaduw op alle mogelijke plekken.
We gaan via Aucun, Argeles, Pierrefitte tot Cauterets. Hier is een camperplaats met service, juist buiten het stadje. Een gezellig centrum en blijkbaar een zeer druk bezocht wintersportoord. De téléferique werkt maar van 1 juli tot 1 oktober, spijtig. Je kan in de omgeving mooie wandelingen maken en ook verder rijden tot de Pont d’Espagne.

Donderdag 8 juni 2006:

Vandaag gaan we de col du Tourmalet (2114m) trotseren. Zeer steile klim en boven op de col worden we verwelkomt door vele moedige fietsers. Prachtige vergezichten, toppen bedekt met sneeuw, bergtoppen met bomen en bossen en kale grijze toppen wisselen mekaar af. Bedankt voor het mooie open weer !.

We dalen tot St. Marie de campan en gaan dan de Col d’Aspin (1489m) op. Een heel ander beeld, groen, groener, groenst en boven steile weiden vol met koeien. Ongelooflijk, zoveel koeien die los lopen waar ze willen en waar de toeristen tussen lopen zonder dat de dieren zich daar iets van aantrekken.

We dalen en rijden via Arreau de col de Peyresourde op. Boven is een klein cafeetje en de eigenaar maakt allerhande behendigheidsspelletjes in hout. Hij geniet ervan om wanneer je iets te drinken bestelt er een speeltje bij te leggen dat je dan moet proberen te ontwarren. Hij doet het vingervlug voor, maar dan .......


Bij de afdaling van de Peyresourde  moeten we met een stinkende en haperende versnellingsbak afrekenen.  We komen in Luchon en de plaatselijke garagist zegt ons, na onderzoek, dat er niets scheelt met de versnellingen. Ze hebben afgezien in de bergen, maar dat is normaal stelt hij ons gerust.  Er is een grote camperplaats (50pl.) met alle voorzieningen en we besluiten in Luchon te blijven en morgen het stadje te verkennen.

Vrijdag 9 juni 2006 :

In de voormiddag bezoeken we Luchon, een kuurstadje, het is alsof iedereen er kuurt, vele mensen lopen er over straat in een witte sponsen badjas met een plastiek doorschijnend draagtasje van het kuuroord.

Na de middag vertrekken we naar St. Gaudens met de bedoeling richting Andorra te rijden. Onderweg horen we een oorverdovend lawaai, het is duidelijk dat er iets mis is. We rijden St. Gaudens binnen en op het zeer drukke rondpunt, begeeft de versnellingsbak.......
We laten een depanneur komen en die sleept ons naar de dichtstbijzijnde garage. Het is intussen 17 uur en vrijdagavond en we zullen tot maandagmorgen moeten wachten om te weten wat er kan gebeuren.

We verwittigen de verzekering en we besluiten  in overleg, de camper te laten naar huis brengen en wij gaan met een vervangwagen naar huis.
Aquitaine en de Pyreneeën hebben we gezien, de Dordognestreek stond ook nog op ons programma, maar dat zal voor volgend jaar zijn.

Dinsdag 13 juni 2006 :

Op onze terugweg bezoeken we even voorbij Limoges, het verdwenen dorpje Oradour-sur-Glane.

Op 10 juni 1944 voerden de Duitsers een duivels plan uit. Ze veegden in enkele uren tijd het dorpje van de kaart en vermoordden alle mogelijke getuigen van hun barbaars plan. De soldaten kwamen in het dorp aan, ze verzamelden de mannen in de school en de vrouwen en kinderen in de kerk. Ze doodden alle mannen  en in de kerk werden alle vrouwen en kinderen doodgeschoten. Er vielen 642 slachtoffers.
Slechts 1 vrouw en 5 mannen ontsnapten aan deze fanatieke daad, die gebeurde 4 dagen na de ontscheping van de geallieerden. Zij hebben het gebeuren kunnen navertellen.
Wanneer Generaal de Gaulle de plaats bezocht drukte hij de wens uit dat deze ruïnes zouden behouden worden zoals ze zijn, zodat de volgende generaties zouden zien, en vooral niet vergeten waartoe haat in staat is.
Het kerkhof is zeer indrukwekkend. Graftombes waarin hele families begraven liggen.
Naast de ruïnes werd een nieuw dorp met dezelfde naam opgebouwd.

Zeer onder de indruk zetten we onze terugweg verder. Op 14 juni zijn we twee weken te vroeg terug thuis .....


Geschiedenis ORADOUR SUR GLANE

 

Maar intussen heeft Jurgen de camper hersteld zodat we al terug uitstappen en reizen kunnen plannen.

 

Bronnen :
ANWB gids
De groene gids

 

 

Top
Terug